Reeks: Aangifte nalatenschap - Het invullen van de identiteitsgegevens op een aangifteformulier van nalatenschap

18 mei 2020

Nu we weten wanneer er sprake is van het indienen van een aangifte van nalatenschap, staan wij even stil bij de verschillende onderdelen van de aangifte. Het modelformulier vraagt naar een reeks identiteitsgegevens van diverse personen, maar wiens gegevens moeten nu waar worden ingevuld en welke informatie moet men hier nu opnemen?

Gegevens van de overledene

1. Identiteit

Allereerst moet u de identiteitsgegevens van de overledene invullen. Deze gegevens kan u terugvinden in het attest van overlijden of het attest van erfopvolging. Indien het attest van overlijden of het attest van erfopvolging geen vermelding maakt van het rijksregisternummer, kan u dit terugvinden op de identiteitskaart van de overledene of in het rijksregister.

Zo moet onder meer het tijdstip van overlijden worden vermeld, hetgeen van belang is voor het berekenen van de aangiftetermijn.

2. Fiscale woonplaats

“Belgische successierechten” worden geheven op de waarde van het wereldwijde vermogen van de overledene, wanneer die op het ogenblik van zijn overlijden zijn domicilie of zijn zetel van vermogen in België had. Met ‘domicilie’ bedoelt men de werkelijke of feitelijke verblijfplaats en het houdt dus geen verband met de plaats waar men is ingeschreven in het bevolkingsregister. Het gaat om de effectieve, permanente en voornaamste verblijfplaats van de erflater. Het gaat om een feitelijk begrip, dat wordt bepaald aan de hand van concrete omstandigheden (familiale, persoonlijke, professionele, sociale, etc.), maar waarbij toch vereist wordt dat er een continuïteit en permanentie is. Het is dus vereist dat men in België woont (materieel element) en dat men ook de intentie heeft om in België te blijven wonen (intentioneel element).

Daarnaast wordt een erflater die zijn zetel van vermogen in België had ook beschouwd als rijksinwoner. De zetel van vermogen is de plaats vanwaar de eigenaar zijn goederen beheert of toezicht uitoefent op het beheer ervan.

Erfbelasting (of successierechten) is een regionale belasting. De gewesten zijn bevoegd om de tarieven, belastbare grondslag en vrijstellingen te bepalen. Om het bevoegde gewest te kennen, moet men nagaan waar de overledene zijn fiscale woonplaats heeft gehad gedurende de laatste vijf jaar voor zijn overlijden. De ‘fiscale woonplaats’ is de gemeente waar de overledene zijn of haar belastingen aangeeft. Om de fiscale woonplaats te bepalen zal men zich steunen op een feitelijk gegeven, namelijk de werkelijke verblijfplaats en niet op het wettelijke domicilie (i.e. de plaats van inschrijving in het bevolkingsregister).(1)

Indien de overledene in de vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één gewest zijn fiscale woonplaats had, wordt gekeken naar het gewest waar hij het langst heeft gewoond tijdens deze vijfjarige periode. Had de overledene (tijdens de laatste vijf jaar), in twee gewesten een fiscale woonplaats van gelijke duur, zal de laatste fiscale woonplaats doorslaggevend zijn.(2)

Wanneer de erflater op het ogenblik van overlijden zijn domicilie noch zijn zetel van vermogen in België heeft, zal enkel erfbelasting verschuldigd zijn over de in België gelegen onroerende goederen. Om het bevoegde gewest te kennen, moet men kijken naar de plaats waar de onroerend goederen gelegen zijn. Indien de onroerende goederen in meerdere gewesten gelegen zijn en vererfd worden door dezelfde erfopvolger, is het gewest waartoe het deel van de goederen met de hoogste KI gelegen is, bevoegd. Indien de onroerende goederen in meerdere gewesten gelegen zijn en door verschillende erfopvolgers vererfd worden, is het gewest waar elk onroerend goed gelegen is, bevoegd.

3. De burgerlijke staat van de overledene

Vervolgens moet de burgerlijke staat van de overledene worden ingevuld. Hierbij heeft u verschillende keuzemogelijkheden: ongehuwd, verweduwd, gehuwd, wettelijk of feitelijk samenwonend.

Indien de overledene gehuwd was, zal zijn huwelijksvermogen vereffend en verdeeld moeten worden, alvorens overgegaan kan worden tot de vereffening en verdeling van zijn nalatenschap. Daarom moet ook het toepasselijk huwelijksvermogensstelsel worden vermeld.

De aanwezigheid van een huwelijkscontract of latere wijzigende akte moet u eveneens vermelden en als bijlage bij de aangifte toevoegen. Was u bijvoorbeeld gehuwd zonder huwelijkscontract, maar werd op latere leeftijd een keuzebeding toegevoegd, dan zal “gehuwd zonder huwelijkscontract” moeten worden aangeduid, gevolgd door “met wijzigend huwelijkscontract”.

Naast het gekozen huwelijksvermogensstelsel zal u ook de wijze waarop het gemeenschappelijk of onverdeeld vermogen wordt verdeeld, moeten aangeven. Bij gebrek aan huwelijkscontract bestaat de nalatenschap van de overledene uit de helft van het netto gemeenschappelijk vermogen enerzijds, en het eigen vermogen van de overledene anderzijds. Door bepalingen in het huwelijkscontract of in een wijzigende akte kan de omvang van het gemeenschappelijk of onverdeeld vermogen verder beperkt of uitgebreid worden.

Het huwelijkscontract kan de langstlevende echtgeno(o)t(e) de keuze laten om bij overlijden van de eerststervende echtgeno(o)t(e) nader te bepalen hoe het gemeenschappelijk of onverdeeld vermogen zal worden verdeeld, door toevoeging van een “keuzebeding”. Een keuzebeding maakt een huwelijksvoordeel uit en kan de vorm aannemen van een beding van vooruitmaking, een beding van ongelijke verdeling of een verblijvingsbeding. Dergelijke huwelijksvoordelen moeten eveneens vermeld worden in de aangifte van nalatenschap, met inbegrip van de gemaakte keuze.

Indien de overledene feitelijk of wettelijk samenwonend was, is het cruciaal dat u de gegevens van zijn of haar partner en de begindatum van de wettelijke of feitelijke samenwoning op de aangifte vermeldt, aangezien deze gegevens bepalend zijn voor de tarieven in de erfbelasting. Zo bepaalt de duur van feitelijke samenwoning bijvoorbeeld of u recht heeft op een vrijstelling van de erfbelasting voor de gezinswoning.

Gegevens van de aangevers

Vervolgens worden de aangevers geïdentificeerd. De aangevers zijn de erfgenamen, legatarissen (rijksinwoner: algemene legataris; niet-rijksinwoner: algemeen legataris, legataris ten algemene titel of bijzondere legataris van een in België gelegen onroerend goed) en begiftigden die de aangifte van nalatenschap ondertekenen.

Naast de hoedanigheid van de aangevers, moet u eveneens de verwantschapsband, en het aandeel in de erfenis vermelden. Het is belangrijk om uzelf als aangever correct te kwalificeren (als erfgenaam, legataris, begiftigde). Vervolgens zal het moeilijkste onderdeel erin bestaan om uw aandeel in de erfenis te bepalen. Dit vereist immers de nodige kennis van het wettelijk en testamentair erfrecht.

Gegevens van de erfopvolgers

Vervolgens worden de erfopvolgers geïdentificeerd. De erfopvolgers zijn de andere erfgenamen, legatarissen en begiftigden, die de aangifte van de nalatenschap niet mede-ondertekenen omdat zij ofwel geen aangifte moeten indienen, ofwel een individuele aangifte zullen indienen.

Naast de hoedanigheid van de erfopvolgers, moet u eveneens de verwantschapsband, en het aandeel in de erfenis vermelden.

1. Erfgenamen (wettelijke devolutie)

Hiervoor verwijzen wij naar onze eerdere bijdragen op de website:

2. Legatarissen (testamentaire devolutie)

Bij overlijden van een rijksinwoner zijn de algemene legatarissen gehouden tot aangifte van de nalatenschap. Dit zijn de personen die ingevolge een internationaal, authentiek of eigenhandig testament tot de geheelheid van de goederen van de overleden geroepen worden.

Indien u bij testament een deel van de nalatenschap verkrijgt of welbepaalde specifieke goederen, is het in principe niet nodig dat u een aangifte van nalatenschap indient (tenzij u er expliciet om verzocht wordt). Te denken valt bijvoorbeeld aan de verkrijging van bepaalde meubelen, een geldsom, enzoverder.

Bij overlijden van een niet-rijksinwoner zijn alle legatarissen die in België gelegen onroerende goederen verkrijgen gehouden tot het indienen van een aangifte van nalatenschap.

3. Begiftigden

Tot slot zijn de begiftigden de personen die ingevolge een contractuele erfstelling (gift tussen echtgenoten) of schenkingen (bij notariële akte, bank- of handgift) goederen van de overleden persoon ontvangen hebben.

Gegevens van de verwerpers

De laatste categorie van personen wiens identiteitsgegevens moeten worden aangegeven zijn die van de verwerpende erfgenamen, legatarissen of begiftigden.

De erfgerechtigden (ingevolge wettelijke of testamentaire devolutie, desgevallend in combinatie met een contractuele erfstelling) hebben een keuzerecht. Zij kunnen ervoor kiezen om de nalatenschap van de overleden zuiver te aanvaarden, te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving of te verwerpen.

Indien de erfgerechtigden de nalatenschap zuiver aanvaarden worden zij definitief eigenaar van het actief en het passief uit de nalatenschap. De zuiver aanvaardende erfgenaam is erfbelasting verschuldigd.

Indien er onzekerheid bestaat over de omvang van het actief en het passief van de nalatenschap, kan de erfgerechtigde ervoor kiezen om de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving te aanvaarden. Op deze manier kan men als erfgenaam voorkomen dat de schuldeisers van de nalatenschap zijn of haar privévermogen kunnen aanspreken. De aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving staat open voor minderjarigen, mits hiertoe machtiging gegeven wordt door de vrederechter.

Verwerpende erfgerechtigden worden geacht nooit erfgenaam te zijn geweest en niets uit de nalatenschap te hebben geërfd. Een verwerpende erfgenaam moet geen aangifte van nalatenschap indienen en deze is bijgevolg geen erfbelasting verschuldigd. Een bewijs van verwerping moet aan de aangifte worden toegevoegd. Een verwerpende erfgenaam kan zijn verwerping naderhand intrekken, wanneer de dertigjarige verjaringstermijn nog niet verstreken is en voor zover de andere erfgenamen de nalatenschap nog niet hebben aanvaard. Hierdoor vindt een verandering in de devolutie plaats, waardoor een nieuwe aangifte ingediend moet worden. De aangiftetermijn begint te lopen vanaf de datum van de herroeping.(3)

Keuze van een woonplaats in België

Tot slot moet een adres opgegeven worden waarnaar de correspondentie met betrekking tot de aangifte verzonden zal worden. Dit moet niet noodzakelijk het adres van de aangever(s) zijn. Vaak wordt het adres van de advocaat of de notaris, die de aangifte heeft opgemaakt, ingevuld. Op dit adres kan elke kennisgeving en betekening gebeuren voor de invordering en de vervolging inzake de erfbelasting.


Volgende keer in de reeks “aangifte van nalatenschap”In het volgende artikel zullen wij verder gaan met de toelichting van de inhoud van de aangifte van nalatenschap: het modelformulier vraagt naar wilsbeschikkingen en erfovereenkomsten, maar welke informatie moet men hier nu opnemen?

Wenst u op de hoogte te blijven? Volg Cazimir op LinkedIn!

De andere artikels in deze reeks:
(1) J. RUYSSEVELDT, J., DECUYPER, “Aangifte van nalatenschap. Vlaams Gewest”, in J. DECUYPER, J. RUYSSEVELDT (eds.), Successierechten 2018-2019, Mechelen, Kluwer, 2019, (949) 965.
(2) Circulaire nr. 7 (AFZ 2001/1153- dos. 271) van 22 maart 2002.
(3) VLABEL standpunt nr. 15064 dd. 5 mei 2015.
« Terug naar overzicht