Op 1 januari 2026 zijn een aantal belangrijke wijzigingen in het kader van de Vlaamse erfbelasting en registratierechten in werking getreden. Zo vindt er enerzijds een versoepeling plaats in de erfbelasting, door (1) de invoering van een ‘singlevermindering’ voor erfgenamen van alleenstaanden zonder afstammelingen, en (2) de verhoging van het partnerabattement. Anderzijds worden twee fiscale gunstregimes aangescherpt. De toepassingsvoorwaarden voor zowel het fiscale gunstregime voor de schenking en vererving van familiebedrijven als voor het verlaagd registratierecht (2%) in het kader van de aankoop van de enige eigen woning worden voortaan strenger ingevuld.
1) De ‘singlevermindering’ voor alleenstaanden zonder afstammelingen
De nalatenschap van alleenstaanden zonder afstammelingen wordt doorgaans aan de hoogste tarieven in de erfbelasting belast. De Vlaamse Regering voert een ‘singlevermindering’ in om tegemoet te komen aan de maatschappelijke evolutie en om de fiscale druk op deze categorie van erfgenamen te matigen.
Een erflater zonder afstammelingen en zonder partner kan voortaan één of meerdere (verre) verwanten of dierbaren aanwijzen in zijn/haar testament, waarbij in geval van een overlijden vanaf 1 januari 2026 een verkrijging tot maximaal 100.000 euro per nalatenschap wordt belast aan een gunstig progressief tarief in de erfbelasting, dat berekend wordt per afzonderlijke begunstigde. Het gedeelte van de nettoverkrijging tot en met 50.000 euro wordt belast aan 3%. Het gedeelte dat hoger ligt dan 50.000 euro, maar niet meer bedraagt dan 100.000 euro, wordt belast aan 9%. De begunstigden, aangewezen in het niet-herroepen testament van de erflater, moeten de toepassing van dit verlaagde tarief vragen. Het is aangewezen om bij testament te bepalen welke begunstigde(n) beroep kunnen doen op de singlevermindering.
De vorige Vlaamse Regering hield reeds rekening met de belangen van deze categorie van erflaters door de invoering van de zogenaamde ‘vriendenerfenis’. Op basis hiervan kan een ver familielid of een vriend, die begunstigd wordt in een testament onder voorwaarden, een bedrag van maximaal 15.000 euro verkrijgen aan 3% erfbelasting. De singlevermindering en de vriendenerfenis mogen evenwel geenszins verward worden: zo moest de erflater voor de toepassing van de vriendenerfenis niet noodzakelijk kinderloos of alleenstaand zijn, hetgeen nu wel een vereiste is om als erfgenaam aanspraak te maken op de singlevermindering. De regeling inzake de vriendenerfenis kent vanaf 1 januari 2026 een uitdoofbeleid, met name zullen enkel begunstigden opgenomen in een testament dat uiterlijk op 31 december 2025 is gedagtekend, nog kunnen genieten van deze vermindering. De vermelding van de vriendenerfenis in testamenten opgesteld vanaf 1 januari 2026 zal fiscaal geen effect meer hebben.
2) De verhoging van het partnerabattement
De Vlaamse Regering voert een bijkomende versoepeling in van het reeds bestaande partnerabattement. Een abattement is een (voet)vrijstelling van erfbelasting voor een deel van het nagelaten vermogen. Het partnerabattement heeft betrekking op de roerende goederen die aan de langstlevende echtgenoot worden nagelaten. Tot 1 januari 2026 was er geen erfbelasting verschuldigd op de eerste 50.000 euro aan roerende goederen die de langstlevende verkrijgt. Dit bedrag wordt nu opgetrokken naar 75.000 euro. Concreet resulteert dit bij een overlijden in een besparing van 2.250 euro aan erfbelasting.
3) De gunstregeling in de schenk- en erfbelasting voor familiale vennootschappen
Vlaanderen voorziet in een fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiale vennootschappen met een economische activiteit. Terwijl de standaardtarieven voor schenkbelasting (3%) en erfbelasting (3%, 9% of 27%) normaal gelden, geniet de overdracht van dergelijke vennootschappen van een verlaagd tarief: 0% bij schenking en 3% bij vererving. Dit gunstregime was onverkort ook van toepassing op (residentieel) vastgoed dat zich in de familiale vennootschap bevond.
Vanaf 1 januari 2026 worden de toepassingsvoorwaarden van het gunstregime evenwel verstrengd. Voor authentieke schenkingsakten of overlijdens vanaf die datum zal de waarde van het residentieel vastgoed dat door een kwalificerende familiale vennootschap (of door de dochters waarin de familiale vennootschap voor minstens 10% participeert) wordt aangehouden, voortaan uit de gunstregeling in de schenk- en erfbelasting worden gesloten. Concreet zal men de verkoopwaarde van de aandelen van de vennootschap verminderen met de verkoopwaarde van het residentieel vastgoed dat door de familiale vennootschap (of haar dochters) wordt aangehouden De vrijstelling (schenkbelasting) of de vermindering (erfbelasting) heeft bijgevolg voortaan slechts betrekking op de restwaarde.
Op de principiële uitsluiting van residentieel vastgoed bestaat een uitzondering indien cumulatief voldaan is aan volgende criteria:
(1) minstens 75% van de omzet wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op het residentieel vastgoed;
(2) minstens één werknemer is actief in de familiale vennootschap in de driejarige periode voorafgaand aan de authentieke schenkingsakte.
Om de correcte heffingsgrondslag te bepalen, vereist de Vlaamse Codex Fiscaliteit voortaan dat steeds (ongeacht of de betrokken vennootschap residentieel vastgoed aanhoudt (*)) een waarderingsverslag van een gecertificeerd accountant of bedrijfsrevisor wordt bijgebracht, waaruit de totale waarde van de vennootschap en de waarde van het aangehouden residentieel vastgoed blijkt. Hierdoor zal het aanzienlijk moeilijker worden om in extremis te kunnen schenken met toepassing van het fiscaal gunstregime.
Een uitgebreidere toelichting over deze hervorming kan u ook terugvinden op onze website.
4) Het verlaagde registratierecht bij aankoop van enige eigen woning
Bij de aankoop van uw enige eigen woning kan u sinds 1 januari 2025 genieten van het verlaagde registratierecht van 2% (in plaats van het standaardtarief van 12%).(*) Om in aanmerking te komen voor de toepassing van dit gunstregime, moet u een woning aankopen in volle eigendom als natuurlijke persoon. U moet bovendien binnen drie jaar na de authentieke akte gedomicilieerd zijn op dit adres. Voor aankopen vanaf 1 januari 2026 wordt deze laatste voorwaarde verstrengd: de koper moet zich ertoe verbinden om zijn inschrijving op het aangekochte onroerend goed te nemen binnen de drie jaar na de notariële akte en men moet bovendien voortaan minstens één jaar ononderbroken gedomicilieerd *blijven op dit adres.
Verder zullen gesplitste aankopen (vruchtgebruik/blote eigendom) vanaf 1 januari 2026 uitgesloten zijn van het verlaagde registratierecht; deze vallen terug op het algemene tarief van 12%. Enkel bij de aankoop van de volle eigendom door één persoon (desgevallend in onverdeeldheid met iemand anders) zal gebruik kunnen worden gemaakt van het verlaagd tarief, indien ook voldaan is aan de overige voorwaarden.
Tot slot zal bij een aankoop waarbij ook een rechtspersoon mede-verkrijger is niet langer toepassing gemaakt kunnen worden van het verlaagde tarief. Dit geldt voor de volledige aankoop: als de vennootschap 1% koopt, en de natuurlijke persoon 99%, dan zal op de volledige transactie het algemene tarief van 12% van toepassing zijn.
(*) De belastbare grondslag kan ook relevant zijn indien de continuïteitsvoorwaarden niet werden nageleefd.
(**) Voor 1 januari 2025 betrof het verlaagde registratierecht bij aankoop van enige eigen woning 3%.