Wat houdt de aangekondigde hervorming van het familiaal vermogensrecht in?

16 december 2016

Uit een overzicht van de plannen van minister van Justitie Geens voor de vernieuwing van de basiswetgeving blijkt dat de op til zijnde hervormingen binnen het erfrecht ingegeven zijn door drie specifieke doelstellingen.

Flexibilisering

Ten eerste beoogt de Minister de flexibilisering van het erfrecht door te voorzien in een grotere beschikkingsvrijheid voor de erflater. Deze hervorming beoogt gemoedsrust en rechtszekerheid en zou, aldus de Minister, conflictvermijdend moeten werken. De doelstelling is mede ingegeven door de veelheid aan familievormen die onze maatschappij kenmerkt.

Hierbinnen kadert het voorstel om het beschikbaar deel (het deel van de nalatenschap waarover de erflater vrij kan beschikken) uit te breiden. Nu hebben ouders van één kind de vrije beschikking over de helft van hun erfenis, hebben zij twee kinderen dan rest er nog ⅓, en bij drie of meer kinderen rest er slechts ¼ van de erfenis om vrij over te beschikken.

In de toekomst zou een erflater met kinderen slechts de helft van zijn erfenis verplicht moeten doen toekomen aan zijn kinderen. Het aantal kinderen is daarbij niet langer relevant. Met de andere helft van zijn nalatenschap kan de erflater doen wat hij wil. België zou hiermee dus aansluiten bij het Nederlandse systeem. Dit is een opmerkelijke verschuiving richting meer beschikkingsvrijheid voor de erflater.

Ook de reserve van ouders wordt afgeschaft. België is het enige land dat nog een ascendentenreserve heeft.

Binnen deze doelstelling kadert tevens het voorstel om af te stappen van een erfrecht in natura in het voordeel van een reserve in waarde. Een erfgenaam kan dus niet meer aanspraak maken op de goederen in natura), maar enkel op de waarde ervan. Dit geldt zowel voor de inbreng als voor de inkorting. Het erfrecht in natura is bijzonder problematisch indien er schenkingen van roerende en onroerende goederen zijn geweest. De roerende goederen moeten “in mindere ontvangst” worden ingebracht (dus te behouden door de begiftigde, maar te verrekenen), terwijl dat voor de onroerende goederen “in natura” is, met dus onzekerheid dat men het onroerend goed behoudt in het kader van de vereffening-verdeling.

Familiale solidariteit

Toch wil de Minister met deze hervorming de familiale solidariteit behouden. Daarbij ligt de focus vooral op het kerngezin. Dit wil hij onder andere bereiken door het principe dat welbepaalde erfgenamen nog steeds verplicht een deel van de nalatenschap dienen te ontvangen.

Ook wil de Minister streven naar een beter evenwicht in de belangen van de langstlevende echtgenoot en de kinderen bij het openvallen van een nalatenschap. Dit in het bijzonder wanneer er een langstlevende echtgenoot en stiefkinderen zijn.

Binnen deze doelstelling kadert het voorstel van de Minister om af te zien van een reservatair deel ten belope van ¼ voor de ouder van de (kinderloze) erflater. Dit reservatair deel zou worden vervangen door een onderhoudsverplichting ten aanzien van deze ouder ten laste van de nalatenschap in geval de erfgenamen geen afstammelingen zijn en de ouder behoeftig is op het ogenblik van het overlijden.

Hierbinnen kadert ook de idee om af te zien van een absoluut verbod op erfovereenkomsten. Dit verbod zou nog steeds het principe blijven, doch er zal worden voorzien in een belangrijke uitzondering, meer bepaald voor wat betreft de overeenkomsten onder bijzondere en bezwarende titel met betrekking tot de eigen nalatenschap. Daarnaast zouden enkele specifieke erfovereenkomsten zoals de familiale erfovereenkomst, uitdrukkelijk worden toegelaten.

Ook de idee om in extra mogelijkheden te voorzien voor het uitwerken van patrimoniale regelingen door ouders met zorgkinderen kadert binnen deze doelstelling. In de eerste plaats werd daarbij gedacht aan het bezwaren van het erfdeel van een zorgkind met een last zoals de "periodieke toekenning van het erfdeel" waarbij het erfdeel in schijven of onder vorm van lijfrente wordt uitgekeerd.

Vereenvoudiging

Een vereenvoudiging van de techniciteit van het erfrecht dient rechtszekerheid in de hand te werken. Het draagt bij tot de kenbaarheid van het recht. De Minister stelt (terecht) dat er het erfrecht een technische aangelegenheid is en dat dit nu eenmaal eigen is aan de materie. Toch wenst hij bepaalde inconsistenties die de materie onnodig technisch maken te elimineren. In het plan wordt uitdrukkelijk verwezen naar het gegeven dat een schenking in het huidige recht op een verschillend ogenblik gewaardeerd wordt voor de inbreng bij overlijden van een onroerend goed, voor dezelfde inbreng van een roerend goed en voor de inkorting bij overlijden.

Internationale tendensen

De laatste doelstelling die de Minister opwerpt is een modernisering van het erfrecht in de lijn met internationale tendensen. Ook in dat kader dienen de reserve in natura, het voorbehouden erfdeel voor ouders en het strikt verbod op erfovereenkomsten in vraag te worden gesteld.

Relatievermogensrecht

Een tweede topic binnen het familiaal vermogensrecht dat in het overzicht van de plannen van minister van Justitie Geens voor de vernieuwing van de basiswetgeving aan bod komt, is het relatievermogensrecht. Ook daar worden enkele specifieke doelstellingen voorop geplaatst. Hier dient wel meteen te worden benadrukt dat de uitwerking van wetgevende voorstellen, i.t.t. wat geldt voor het erfrecht, zich nog maar in de beginfase bevindt.

Solidariteit en verantwoordelijkheid binnen het huwelijk

Een eerste doelstelling binnen het relatievermogensrecht is het benadrukken van de solidariteit binnen het huwelijk. Minister Geens werpt (terecht) op dat een stelsel van zuivere scheiding van goederen in de praktijk onbillijke gevolgen kan hebben naar aanleiding van de ontbinding van het stelsel. In het plan wordt specifiek gewezen op het geval waarbij één van de echtgenoten bewust zijn carrière afbouwt om huishoudelijke taken op zich te nemen. Deze echtgenoot bouwt in dergelijk stelsel geen vermogen op en kan niet delen in het vermogen dat de beroepsactieve echtgenoot opbouwt. Minister Geens wijst erop dat er ter zake veel rechtsonzekerheid heerst en dat er een bepaalde solidariteit aan de orde is in ieder huwelijk, los van het gekozen huwelijksvermogensstelsel.

Binnen deze doelstelling kadert de idee om naast de gekende gemeenschapsstelsels en het stelsel van zuivere scheiding van goederen een nieuw soort huwelijksvermogensstelsel in te voeren, met name een stelsel van scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten.

Daarnaast wordt nagedacht over het wettelijk verankeren van een soort correctiemechanisme voor stelsels van zuivere scheiding van goederen waardoor de rechter in uitzonderlijke omstandigheden kan remediëren aan onbillijke situaties.

Evenwichtige belangen echtgenoten en kinderen

Binnen het wettelijk stelsel kunnen de echtgenoten er nu voor kiezen om het volledig gemeenschappelijk vermogen aan de langstlevende echtgenoot toe te bedelen via huwelijkscontract, wat implicaties heeft voor het erfrecht van de kinderen. De mogelijkheden van de kinderen om op te komen tegen deze bevoordeling zijn verschillend naargelang de oorsprong van de betrokken goederen (ingebracht in het gemeenschappelijk vermogen dan wel opgebouwd uit inkomsten van de echtgenoten) en de afstamming van de kinderen (al dan niet gemeenschappelijke kinderen). Bij de hervorming van het relatievermogensrecht wordt erover gewaakt om de belangen van de langstlevende echtgenoot en de kinderen in evenwicht te houden, in het wettelijk stelsel maar ook in conventionele stelsels.

Buitenechtelijke samenlevingsvormen

Een derde en laatste doelstelling betreft het bieden van rechtszekerheid op verschillende vlakken voor partners in een buitenechtelijke samenleving. Dit wil de Minister realiseren door het uitwerken van een versterkt wettelijk kader met betrekking tot vermogensrechten en -plichten voor deze samenlevingsvormen. Het statuut van de wettelijke samenleving zou in de toekomst ook voorbehouden zijn voor personen in affectieve relaties.

Cazimir Advocaten,

16 december


« Terug naar overzicht