Doorstart van de financial assistance?

29 november 2019

In veel overnamedossiers, zowel in rechtstreekse verkopen aan externe partijen, als in management buy-out structuren of familiale uitkopen, speelt de vraag of het vermogen van de targetvennootschap kan worden aangewend om de overname van haar aandelen te faciliteren.

Indien deze steunverlening door de targetvennootschap aan de kopende partij de vorm aannam van het verschaffen van leningen of het voorschieten van middelen, dan wel de inpandgeving van activa, (hetgeen in een ver verleden zelfs was verboden) voorzag het oude Wetboek van Vennootschappen strikte voorwaarden en een nauw te volgen procedure. Het gevolg was dat de praktijk deze structuring meestal de rug toekeerde en zich in bochten wrong om alternatieven te vinden.

Met de intrede van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) heeft de wetgever volgens sommigen geprobeerd dit te verhelpen door (i) te poneren dat dergelijke steunverlening principieel is toegelaten (echter zonder de belangen van minderheidsaandeelhouders te mogen schaden en zonder de continuïteit van de targetvennootschap in het gedrang te mogen brengen), (ii) de strafrechtelijke sancties te schrappen, (iii) de toepassingsformaliteiten te versoepelen (althans voor de BV), en (iv) enkele verduidelijkingen te voorzien.

Voor de BV zouden de formaliteiten versoepeld zijn in die zin dat het verslag van het bestuursorgaan minder uitvoerig dient te zijn. Het dient ook niet meer te worden gepubliceerd in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad (hetgeen een reden zou zijn om de procedure niet toe te passen). Vraag is echter of de formaliteiten werkelijk werden versoepeld aangezien het WVV thans bijkomend oplegt dat het bestuursorgaan de zogenaamde dubbele uitkeringstest (met liquiditeitstest) dient toe te passen. En net als vroeger doet het (uittredende) bestuursorgaan er goed aan de billijkheid van de voorwaarden van de steunverlening in het oog te houden en het belang van de targetvennootschap goed af te wegen, omdat het WVV nog steeds voorziet dat de verrichting onder haar verantwoordelijkheid gebeurt.

Ook werd de verplichting tot het aanleggen van een onbeschikbare reserve behouden, hetgeen in veel gevallen de mogelijkheid tot het toepassen van de verrichting (bedrag van de steunverlening) sterk vermindert.

Voor de NV werd het oud artikel grotendeels overgenomen, om reden dat de wetgever weinig speelruimte had door de vereisten van de Tweede Richtlijn. Wel werden bijvoorbeeld de publicatieverplichtingen versoepeld.

Voor het overige blijft het toepassingsgebied van de verrichting ongewijzigd en blijft de oude rechtspraak relevant. Zo ook het arrest van het Hof van Beroep te Gent die roet in het eten gooide van de zogenaamde debt push down structuren.

Of de wijzigingen aan de principes van financiële steunverlening doorgevoerd in het WVV dus de grote doorbraak zullen betekenen voor deze techniek, is niet zeker. Toch durven wij een lans te breken voor deze techniek, die mits de nodige voorzorgen en het volgen van de voorwaarden, meer aandacht verdient vanuit de praktijk die het - o.i. onterecht - is blijven vermijden.

Wenst u op de hoogte te blijven? Volg Cazimir op LinkedIn!

Zie ook eerder in deze reeks:

« Terug naar overzicht