Auteursrechten: Grondwettelijk Hof ziet geen probleem in de uitsluiting van softwareontwikkelaars. Wie komt vandaag dan wel nog in aanmerking?

Auteursrechten: Grondwettelijk Hof ziet geen probleem in de uitsluiting van softwareontwikkelaars. Wie komt vandaag dan wel nog in aanmerking?

In de sector van softwareontwikkelaars werd met spanning uitgekeken naar de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de verzoeken die werden ingediend tot nietigverklaring van de hervormde fiscale gunstregeling inzake auteursrechten, specifiek met betrekking tot de mogelijke uitsluiting van computerprogramma's. De verzoeken werden ingediend, aangezien volgens de sector zij ten onrechte werden uitgesloten van het toepassingsgebied van het nieuwe fiscaal regime.

In de sector van softwareontwikkelaars werd met spanning uitgekeken naar de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de verzoeken die werden ingediend tot nietigverklaring van de hervormde fiscale gunstregeling inzake auteursrechten, specifiek met betrekking tot de mogelijke uitsluiting van computerprogramma's. De verzoeken werden ingediend, aangezien volgens de sector zij ten onrechte werden uitgesloten van het toepassingsgebied van het nieuwe fiscaal regime.

Op 16 mei 2024 deed het Hof uitspraak (arrest nr. 52/2024), en het resultaat is bijzonder teleurstellend voor de sector. Het Hof heeft niet alleen bevestigd dat de hervormde regeling inderdaad computerprogramma's uitsluit, maar heeft ook gesteld dat deze uitsluiting 'redelijk verantwoord' is. Met dit oordeel baseert het Hof zich op de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever, die het gunstregime wilde beperken tot inkomsten die op een 'onregelmatige' en 'wisselvallige' wijze worden verkregen binnen artistieke activiteiten.

Het Hof baseerde haar oordeel op de oorspronkelijke doelstellingen van de wetgever bij de invoering van het oude fiscale gunstregime in 2008. Dit regime was bedoeld om een passend fiscaal klimaat te bieden voor inkomsten die op onregelmatige en wisselvallige wijze worden verkregen binnen artistieke activiteiten. De hervorming van eind 2022 was erop gericht deze oorspronkelijke doelstellingen te herstellen, nadat was gebleken dat het regime steeds vaker werd gebruikt als een reguliere beloningsmethode in sectoren die ver afstaan van de initiële intenties van de wetgever. Het Hof oordeelt dat de uitsluiting van softwareontwikkelaars hiermee in lijn is.

De verzoekers voerden aan dat deze uitsluiting discriminerend is voor auteurs van werken van letterkunde of kunst, afhankelijk van of hun werken computerprogramma's zijn of niet. Het Hof verwerpt nu dit argument door te stellen dat het verschil in behandeling gebaseerd is op een objectief criterium: de aard van het werk. Volgens het Hof is dit onderscheid relevant en pertinent voor het behalen van de door de wetgever beoogde doelen. Inkomsten uit artistieke werken zijn vaak onvoorspelbaar en wisselvallig, terwijl de ontwikkeling van computerprogramma's doorgaans stabiele en voorspelbare inkomsten genereert.

Daarnaast benadrukt het Hof dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft in fiscale zaken. De uitsluiting van softwareontwikkelaars leidt niet tot onevenredige gevolgen, aangezien zij gewoon onderworpen worden aan de standaard fiscale regels voor beroepsinkomsten. De maatregel gaat volgens het Hof niet verder dan noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstellingen van de wetgever.

Samenvattend besluit het Grondwettelijk Hof dat het uitsluiten van inkomsten uit computerprogramma's van de fiscale regeling voor auteursrechten gerechtvaardigd en redelijk verantwoord is. Softwareontwikkelaars kunnen geen aanspraak maken op de fiscale voordelen die gelden voor auteursrechten, dixit het Hof.

Voor wie hoopte dat het Hof een ander licht op de zaak zou werpen, is dit een teleurstelling. Zowel de fiscus als de Rulingcommissie hadden al eerder duidelijk gemaakt dat softwareontwikkelaars buiten de gunstregeling vallen, en nu heeft ook het Grondwettelijk Hof deze lijn bevestigd.

Wie komt dan wel nog in aanmerking gezien de verstrengde toepassingsvoorwaarden?

Er is al heel wat inkt gevloeid over het nieuwe fiscaal regime inzake auteursrechten. De afgelopen periode is er een golf van discussie ontstaan omtrent de herziening van dit fiscaal gunstregime. Recentelijk werden ook de eerste voorafgaande beslissingen onder dit nieuwe fiscaal regime gepubliceerd. Hoewel de eerste rulings inzage geven in de zienswijze van de fiscale administratie omtrent de concrete toepassing van de nieuwe regelgeving, roepen de beslissingen tegelijk evenveel vragen op.

Wij bespreken de eerste beslissingen hieronder kort.

Voorafgaande beslissing van 25 juli 2023: publicatie van artikels in fiscaal tijdschrift (JA)

De indiener van de eerste ruling is een fiscaal advocaat die sporadisch artikelen publiceert in een fiscaal tijdschrift. In ruil voor de publicaties betaalt de uitgever aan de auteur een vergoeding voor de overdracht van zijn auteursrechten op basis van het aantal gepubliceerde pagina's. De indiener schreef de artikelen uit eigen initiatief, waarbij ze vervolgens aan de uitgever werden voorgelegd voor eventuele publicatie.

De centrale vraag draaide om de kwalificatie van deze vergoeding als roerend inkomen, wat een analyse vereist van zowel het materiële als personele toepassingsgebied van de nieuwe fiscale regelgeving.

Op het vlak van het materieel toepassingsgebied bevestigt de Rulingdienst dat de overgedragen auteursrechten betrekking hebben op werken van letterkunde of kunst.

Ook de voorwaarde van exploitatie of daadwerkelijk gebruik is vervuld, aangezien de overdracht van auteursrechten gericht is op de publicatie van de artikels, hetgeen een exploitatie van rechten inhoudt.

Aangezien de aanvrager niet beschikt over een ‘kunstwerkattest’, valt hij op het gebied van het personele toepassingsgebied onder het ‘alternatieve toegangsticket’. De wet beschrijft dit alternatief criterium als ‘het overdragen of in licentie geven aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie’. In haar beslissing stelt de Rulingdienst dat er enkel moet worden onderzocht of de overdracht van rechten gericht is op mededeling aan het publiek, aangezien dit volgens haar het 'tweede toegangsticket' vormt. De Rulingdienst volgt hierbij het standpunt van de minister van Financiën. Dit ‘tweede toegangsticket’ vormt volgens de Rulingdienst een restcategorie voor situaties waarin het brede publiek geniet van de werken en prestaties, waardoor de wettekst beperkend moet worden geïnterpreteerd tot “mededeling aan het publiek”. In casu oordeelt de Rulingdienst dat er sprake is van ‘mededeling aan het publiek’ en dat de aanvrager aldus ook onder het personeel toepassingsgebied valt.

Desondanks het een positieve ruling betreft, is onzes inziens een dergelijke interpretatie volledig in strijd met de wettekst. De wettekst stelt immers klaar en duidelijk dat het alternatieve toegangsticket wordt toegekend indien er sprake is van ofwel een mededeling aan het publiek, ofwel voor openbare uitvoering of opvoering, ofwel voor reproductie’. Naar onze mening valt de auteur sowieso onder het personeel toepassingsgebied, omdat hij zijn rechten overdraagt aan de uitgever voor ‘reproductie’ in het fiscaal tijdschrift en niet zozeer omdat er sprake zou zijn van ‘mededeling aan het publiek’. Strikt genomen lijkt er in dit geval geen sprake te zijn van een publieke mededeling, aangezien de reproductie van de artikels in tastbare vorm niet onder het publieke mededelingsrecht valt en de digitale reproductie allicht niet aan alle voorwaarden voldoet.

Voorafgaande beslissing van 28 november 2023: ontwerp van striptekeningen voor humoristisch dagblad (JA)

In dezelfde zin werd op 28 november 2023 een positieve beslissing afgeleverd met betrekking tot een striptekenaar die tekeningen ontwerpt voor een humoristisch dagblad. Ook hier stelt de rulingdienst dat er enkel moet worden onderzocht of de overdracht van rechten gericht is op ‘mededeling aan het publiek’. De Rulingdienst beschouwt reproductie aldus opnieuw onterecht niet als een apart ‘alternatief toegangsticket’.

Voorafgaande beslissing van 3 oktober 2023: IT-sector (NEEN)

Ondanks veel debat over de vraag of computerprogramma's al dan niet onder het toepassingsgebied van de nieuwe wetgeving zouden vallen, heeft de Minister van Financiën uiteindelijk het standpunt ingenomen dat ze er niet onder vallen.

Op 3 oktober 2023 werd een negatieve beslissing gepubliceerd inzake de IT-sector. De aanvrager, actief in de ontwikkeling, implementatie en onderhoud van software-oplossingen tegen financiële fraude, wenste werknemers met creatieve profielen een auteursrechtelijke vergoeding toe te kennen in ruil voor de overdracht van hun auteursrechten. De centrale vraag draaide om de kwalificatie van deze afzonderlijke vergoeding als roerend inkomen in hoofde van de werknemers.

De Rulingdienst oordeelde zoals kon worden verwacht negatief, aangezien de Rulingdienst het standpunt heeft ingenomen dat computerprogramma’s niet binnen het materiële toepassingsgebied van de nieuwe wet vallen. De Rulingdienst verwijst daarbij uitdrukkelijk naar het standpunt van de Minister van Financiën.

Merk op dat dit standpunt uitermate betwistbaar is en ons inziens leidt tot een ongelijke behandeling van verschillende categorieën. Inmiddels werden door de IT-sector dan ook procedures ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Wordt vervolgd.

De ruling bevat trouwens ook nog een opmerkelijke passage waarin wordt gesuggereerd dat de inkomsten van de werknemers van de vennootschap slechts gedeeltelijk betrekking hebben op de ontwikkeling van computerprogramma's. Dit bevestigt onze these dat computerprogramma’s ook betrekking hebben op andere auteursrechtelijk beschermde werken die sowieso wel binnen het materieel toepassingsgebied vallen. Helaas gaat de Rulingdienst in haar beslissing hier niet verder op in en wordt er over de volledige lijn een negatieve beslissing afgeleverd.

Voorafgaande beslissing van 24 oktober 2023: lesgever seminaries (JA)

De aanvrager van de ruling is een fiscaal adviseur werkzaam binnen een vennootschap, die daarnaast ook in persoonlijke naam (los van vennootschap) als docent optreedt bij fiscale opleidingsprogramma's georganiseerd door derden. Deze programma's omvatten seminaries en webinars, waarbij de inhoud van de presentaties in samenspraak met de organisator wordt bepaald en de docent vrij is om deze vorm te geven. Het aantal deelnemers varieert van 15 tot 200.

Bij elke overeenkomst tussen de organisatoren en de docent wordt afgesproken dat de helft van de vergoeding die de docent ontvangt, betrekking heeft op de overdracht van auteursrechten op de geschreven presentatie aan de organisatoren (dit slaat dus op de PowerPoint-presentaties).

Op het vlak van het materieel toepassingsgebied bevestigt de Rulingdienst dat de overgedragen auteursrechten betrekking hebben op werken van letterkunde of kunst. Ook de voorwaarde van exploitatie of daadwerkelijk gebruik is vervuld volgens de Rulingdienst, aangezien de overdracht van auteursrechten aan de organisatoren van de opleidingsprogramma’s gebeurt met het oog op de exploitatie ervan.

Wat betreft het personeel toepassingsgebied is de aanvrager van de ruling niet in het bezit van een ‘kunstwerkattest’. Desondanks betoogt hij dat zijn seminaries, bijgewoond door 15 tot 200 personen, voldoen aan de voorwaarde van ‘mededeling aan het publiek’. In haar beslissing concludeert de Rulingdienst dat de overdracht van auteursrechten plaatsvindt met het oog op verspreiding onder een ‘groot publiek’, waardoor aan het personeel toepassingsgebied is voldaan.

Het bijzondere aan deze beslissing, is het feit echter dat de Rulingdienst nergens verduidelijkt of er al dan niet rekening moet worden gehouden met een bepaald kwantitatief minimum aantal deelnemers.

Voorafgaande beslissing van 16 januari 2024: lT-bedrijf maakt opsplitsing van 8 categorieën van creatieve taken (JA)

De aanvrager van deze ruling is een bedrijf dat computerprogramma's ontwikkelt en analyseert met het oog op programmering. Zij heeft 8 categorieën van functies gedefinieerd die volgens haar binnen het toepassingsgebied van de nieuwe hervorming van het auteursrecht kunnen vallen (marketing en communicatie, media, …). Van belang is om te benadrukken dat de aanvrager weliswaar werkzaam is in de IT-sector, maar het hier aldus niet gaat om de ontwikkeling van computerprogramma’s.

De aanvrager voegt voor elke categorie een niet-limitatieve lijst van de creatieve taken toe. Daarnaast wordt er door de aanvrager een percentage vastgesteld voor elke categorie om te bepalen hoeveel tijd er wordt besteed aan i) creatieve taken en hoeveel aan ii) niet-creatieve taken, met als doel de bevestiging te verkrijgen dat het deel van de creatieve taken in aanmerking komt om te kwalificeren als een roerend inkomen.

De Rulingdienst oordeelt dat de ‘creatieve taken’ die worden uitgevoerd door de werknemers van de verschillende categorieën wel degelijk kwalificeren als originele werken van letterkunde en kunst en dat deze bovendien bestemd zijn om te worden verspreid onder een breed publiek.

Bovendien hanteerde de Rulingdienst onder het vorige regime een berekening op basis van 25% van de tijdsbesteding voor vergelijkbare functieprofielen, om het uiteindelijke percentage van het inkomen te bepalen dat wordt beschouwd als betaling voor de overdracht van auteursrechten. Ondanks het nieuwe algemene maximumpercentage van 30% dat bij wet is vastgelegd, blijven recente beslissingen verwijzen naar een percentage van 25%. Deze gekende percentages die werden ontwikkeld in de praktijk, blijven volgens de Rulingdienst aldus van toepassing.

Ondanks deze positieve beslissing, verandert deze positieve beslissing ons inziens niets aan het standpunt van de Minister en de Rulingdienst inzake computerprogramma’s. Zo zullen aanvragen omtrent de ontwikkeling van computerprogramma's normalerwijze nog steeds worden afgewezen door de Rulingdienst. Het blijft aldus afwachten op het Grondwettelijk Hof die uitspraak zal moeten doen of het discriminerend is dat de IT-sector (meer bepaald inzake computerprogramma’s) uit de boot vallen van het nieuwe fiscaal regime inzake auteursrechten.

Voorafgaande beslissing van 30 januari 2024: werknemers die tewerkgesteld zijn in de functieprofielen betrokken bij het ontwerpen van marketingcampagnes (JA)

In dezelfde zin werd in een pas gepubliceerde ruling (30 januari 2024) een positieve beslissing afgeleverd met betrekking tot marketeers. Het valt op te merken dat de Rulingdienst, ondanks het nieuwe algemene maximumpercentage van 30%, ook in deze beslissing vasthoudt aan een maximumpercentage van 25% als het percentage van het inkomen dat wordt beschouwd als betaling voor de overdracht van auteursrechten.

Wij volgen de ontwikkelingen verder op de voet op. Mocht u zelf nog vragen hebben omtrent het nieuwe fiscaal regime inzake auteursrechten, aarzel dan niet om ons te contacteren.



Terug naar overzicht
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info