Op 18 juni 2026 heeft het Grondwettelijk Hof een belangrijk arrest gewezen over het zogenaamde fiscale “recht op een fout”. Het Grondwettelijk Hof stelt de belastingplichtige daarin over de hele lijn in het gelijk wat betreft de werking van de wet in de tijd van de recente mildering van de belastingverhoging van 10% bij een eerste overtreding.
Met de programmawet van 18 juli 2025 formaliseerde de federale regering de "afschaffing van belastingverhogingen in gevallen van goede trouw" in het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 1992). Dit houdt in dat de fiscale administratie bij een eerste, te goeder trouw begane overtreding moet afzien van de belastingverhoging van 10%. Bovendien werd er een weerlegbaar wettelijk vermoeden van goede trouw ingevoerd in het voordeel van de belastingplichtige.
De wetgever had echter een strikte temporele beperking van deze milderingen voorzien. Het nieuwe, mildere regime werd enkel van toepassing verklaard op aanslagen die werden ingekohierd vanaf de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad, zijnde 29 juli 2025. Belastingplichtigen ter goeder trouw geconfronteerd met een aanslag met een belastingverhoging van vóór die datum bleven in de kou staan.
Dit was ons inziens in strijd met het algemeen rechtsbeginsel van de lex mitior, zijnde de retroactieve werking van de mildere strafwet. Eerder werden wij reeds eerder in het gelijk gesteld op dit punt door het hof van beroep van Gent,zie onze eerdere bijdrage.
Het Grondwettelijk Hof oordeelt nu ook dat deze temporele beperking ongrondwettig is. De programmawet wordt vernietigd in zoverre het de nieuwe gunstige regeling ontzegt aan aanslagen die nog aan het oordeel van een administratieve of rechterlijke instantie kunnen worden onderworpen. Dit is belangrijk nieuws voor iedereen met een lopend fiscaal geschil.
De vernietiging door het Grondwettelijk Hof opent in principe een nieuwe termijn van zes maanden vanaf de publicatie van het arrest om alsnog rechtsmiddelen in te stellen. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze nieuwe termijn wel enkel gelden ter betwisting van aanslagen die op 29 juli 2025 nog niet definitief waren.
Hoewel het nieuwe artikel 444 WIB 1992 een fundamentele en gewenste rechtszekerheid met zich meebrengt voor de toekomst, zorgt de eerdere overgangsregeling van de wetgever er nu voor dat er ontegensprekelijk een nieuwe golf aan bezwaar- en gerechtelijke procedures aankomt voor het verleden.
Aarzel niet om contact op te nemen bij eventuele vragen.