Meerwaardebelasting #8: De inhouding van de nieuwe meerwaardebelasting: to opt-out or not to opt-out, that is the question

Meerwaardebelasting #8: De inhouding van de nieuwe meerwaardebelasting: to opt-out or not to opt-out, that is the question

De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa roept niet alleen vragen op over de belastbare grondslag, maar ook over de manier waarop de belasting zal worden geïnd. Voor een belangrijk deel van de verrichtingen wordt de belasting in beginsel geïnd via een inhouding aan de bron door de Belgische financiële tussenpersonen. Tegelijk kan de belastingplichtige, althans in bepaalde gevallen, ervoor kiezen om van die bronheffing af te zien via een zogenaamde opt-out.
Die keuze lijkt op het eerste gezicht louter administratief. In werkelijkheid kan zij echter belangrijke gevolgen hebben voor de liquiditeitspositie van de belastingplichtige, de correcte bepaling van de belastbare grondslag en de informatie waarover de fiscus beschikt. De vraag is dan ook niet alleen of een opt-out mogelijk is, maar vooral wanneer zij aangewezen is.

De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa roept niet alleen vragen op over de belastbare grondslag, maar ook over de manier waarop de belasting zal worden geïnd. Voor een belangrijk deel van de verrichtingen wordt de belasting in beginsel geïnd via een inhouding aan de bron door de Belgische financiële tussenpersonen. Tegelijk kan de belastingplichtige, althans in bepaalde gevallen, ervoor kiezen om van die bronheffing af te zien via een zogenaamde opt-out.
Die keuze lijkt op het eerste gezicht louter administratief. In werkelijkheid kan zij echter belangrijke gevolgen hebben voor de liquiditeitspositie van de belastingplichtige, de correcte bepaling van de belastbare grondslag en de informatie waarover de fiscus beschikt. De vraag is dan ook niet alleen of een opt-out mogelijk is, maar vooral wanneer zij aangewezen is.

De hoofdregel: inhouding door de Belgische financiële tussenpersoon

De nieuwe meerwaardebelasting wordt in beginsel geïnd via een roerende voorheffing die wordt ingehouden door de betrokken Belgische financiële tussenpersoon. Het gaat daarbij in de eerste plaats om Belgische kredietinstellingen, beursvennootschappen, vermogensbeheerders en andere financiële instellingen die betrokken zijn bij de uitvoering of afwikkeling van een verrichting op financiële instrumenten. Denk bijvoorbeeld aan een Belgische bank of broker die voor rekening van een cliënt beursgenoteerde aandelen, obligaties, fondsen of ETF’s verkoopt vanaf een effecten- of beleggingsrekening. Ook een Belgische verzekeringsonderneming kan als betrokken tussenpersoon optreden wanneer een belastbare meerwaarde wordt gerealiseerd bij de afkoop of uitkering op einddatum van een geviseerde levensverzekeringsovereenkomst. (1)

De Belgische financiële tussenpersoon houdt de roerende voorheffing in op het ogenblik waarop de meerwaarde wordt gerealiseerd en stort deze door aan de Schatkist. Voor de belastingplichtige heeft dit het voordeel van eenvoud: de belasting wordt in beginsel automatisch afgehandeld en moet niet meer worden opgenomen in de aangifte personenbelasting.
De bronheffing is evenwel niet van toepassing op elke categorie van nieuwe belastbare meerwaarden. Zij viseert in beginsel enkel meerwaarden op financiële instrumenten en bepaalde levensverzekeringsovereenkomsten die onder de algemene meerwaardebelasting vallen. Bijvoorbeeld meerwaarden op crypto-activa of valuta, verrichtingen via een buitenlandse financiële tussenpersoon, interne meerwaarden en meerwaarden bij een aanmerkelijk belang vallen niet onder deze inhouding aan de bron.(2) Voor rechtspersonen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn, geldt bovendien een afzonderlijke regeling: zij zijn steeds zelf schuldenaar van de roerende voorheffing op de door hen gerealiseerde meerwaarden. (3)

Waarom de bronheffing niet altijd de correcte eindafrekening is

De automatische inhouding vertrekt noodzakelijkerwijze van de informatie waarover de financiële instelling beschikt. Die informatie is echter niet altijd voldoende om de uiteindelijk belastbare meerwaarde correct te bepalen. Zo mag de financiële tussenpersoon bij de inhouding geen rekening houden met de jaarlijkse vrijgestelde schijf van 10.000 euro (die onder bepaalde voorwaarden kan oplopen tot 15.000 euro). Evenmin kan zij rekening houden met verrekenbare minderwaarden die de belastingplichtige eventueel bij een andere bank, broker of financiële instelling heeft gerealiseerd. Ook een hogere historische aanschaffingswaarde dan de waarde die voor fiscale doeleinden op 31 december 2025 in aanmerking wordt genomen, kan niet bij de bronheffing worden verwerkt.(4)

De problematiek kan nog scherper worden wanneer de financiële instelling de aanschaffingswaarde van het actief niet kent. In dat geval moet de tussenpersoon de roerende voorheffing in beginsel inhouden op de volledige ontvangen verkoopprijs, die voor de toepassing van de bronheffing als meerwaarde wordt beschouwd.(5) Dat betekent niet dat de belastingplichtige definitief belasting verschuldigd is op de volledige verkoopprijs. Hij zal dan wel via zijn aangifte personenbelasting de nodige bewijsstukken moeten voorleggen om de werkelijke aanschaffingswaarde, de toepasselijke vrijstelling of verrekenbare minderwaarden aan te tonen. De ingehouden roerende voorheffing kan vervolgens worden verrekend met de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting en, in voorkomend geval, worden terugbetaald.(6)

De bronheffing is dus in vele gevallen eerder een voorlopige fiscale afrekening dan een correcte definitieve eindbelasting.

De keuze voor opt-out: keuze voor een globale fiscale afrekening

Om te vermijden dat belastingplichtigen te veel belasting moeten voorfinancieren, heeft de wetgever voorzien in een opt-out regeling. Wie voor een opt-out kiest, verzoekt de Belgische financiële tussenpersoon om geen roerende voorheffing in te houden op de meerwaarden die op een bepaalde effectenrekening of levensverzekeringsovereenkomst worden gerealiseerd. De belastingplichtige verwerkt de betrokken meerwaarden vervolgens zelf in zijn aangifte personenbelasting.(7)

Het grote voordeel van deze regeling is dat de belastingplichtige onmiddellijk rekening kan houden met zijn volledige fiscale situatie. Hij kan meerwaarden en minderwaarden binnen de toepasselijke categorieën tegenover elkaar plaatsen, de jaarlijkse vrijgestelde schijf toepassen en, waar nodig, een hogere historische aanschaffingswaarde bewijzen.

Denk aan een belegger die bij Bank A een minderwaarde van 20.000 euro realiseert en bij Bank B een meerwaarde van 15.000 euro. Zonder opt-out zal Bank B in beginsel roerende voorheffing inhouden op de meerwaarde van 15.000 euro, hoewel de belastingplichtige op jaarbasis economisch een nettoverlies realiseert. Via een opt-out kan de belastingplichtige de globale situatie rechtstreeks in zijn aangifte verwerken, zodat geen belasting wordt geheven op een meerwaarde die door een elders gerealiseerde minderwaarde wordt geneutraliseerd.

Hetzelfde geldt voor de jaarlijkse voetvrijstelling van 10.000 euro. Bij bronheffing wordt deze niet door de financiële instelling toegepast. Zonder opt-out wordt dus mogelijk roerende voorheffing ingehouden die pas later, via de aangifte personenbelasting, kan worden teruggevorderd. De opt-out vermijdt die tijdelijke overbelasting.

Opt-out biedt tevens een liquiditeitsvoordeel

De keuze voor een opt-out heeft niet alleen gevolgen voor de correcte bepaling van de belastbare grondslag, maar ook voor de liquiditeit van de belastingplichtige.

Bij bronheffing wordt de belasting onmiddellijk ingehouden op het ogenblik van de verkoop of vereffening. Wanneer achteraf blijkt dat de belastingplichtige recht heeft op een vrijstelling, een verrekenbare minderwaarde of een hogere historische aanschaffingswaarde, moet hij wachten tot de verwerking van zijn belastingaangifte om het te veel betaalde bedrag terug te krijgen. Voor kleinere verrichtingen zal dit verschil vaak beperkt zijn. Voor grotere transacties kan de voorfinanciering van 10% echter aanzienlijk oplopen. Een opt-out laat toe om het volledige verkoopbedrag voorlopig beschikbaar te houden en de belasting pas te betalen via de uiteindelijke afrekening in de personenbelasting.

Dat liquiditeitsvoordeel moet evenwel worden afgewogen tegen de bijkomende verantwoordelijkheid die de opt-out met zich meebrengt. De belastingplichtige zal zelf zijn historische aanschaffingswaarden, minderwaarden en relevante bewijsstukken moeten bijhouden. Wie verschillende rekeningen, meerdere financiële instellingen of een groot aantal verrichtingen heeft, zal dus ook meer administratieve opvolging nodig hebben.

Keuze voor opt-out moet tijdig worden gemaakt

Een opt-out is geen keuze die men pas bij het invullen van de belastingaangifte kan maken. Zij moet vooraf en uitdrukkelijk aan de financiële tussenpersoon worden meegedeeld. Voor effectenrekeningen moet de keuze schriftelijk en op eenduidige wijze worden gemaakt bij de opening van de rekening of op een datum die de financiële tussenpersoon bepaalt, maar uiterlijk vóór de eerste meerwaarde op die rekening wordt gerealiseerd. Voor levensverzekeringsovereenkomsten moet de keuze uiterlijk op het ogenblik van de vereffening van de overeenkomst worden gemaakt.(8) Onder een schriftelijke keuze valt ook een duurzame elektronische registratie, zoals het aanvinken van een keuze in een digitale toepassing of het invullen en elektronisch verzenden van een formulier.(9)

Wie de keuze pas later maakt, moet er rekening mee houden dat de opt-out in beginsel slechts uitwerking heeft vanaf het daaropvolgende belastbare tijdperk. Ook de herroeping van een opt-out kan slechts eenmaal per belastbaar tijdperk plaatsvinden en heeft slechts uitwerking vanaf het volgende belastbare tijdperk.(10)

In 2026 gelden bijzondere overgangsregels. De roerende voorheffing wordt in principe pas ingehouden op meerwaarden die vanaf 1 juni 2026 worden gerealiseerd. Meerwaarden die werden gerealiseerd tussen 1 januari en 31 mei 2026 vallen dus niet onder de gewone bronheffing.

De wetgever heeft evenwel voorzien in een mogelijkheid om ook voor die eerste maanden van 2026 een bedrag te laten storten dat equivalent is aan de roerende voorheffing. De belastingplichtige kan daartoe een verzoek richten aan de financiële tussenpersoon. Wanneer van die mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, moeten de betrokken meerwaarden niet afzonderlijk in de aangifte personenbelasting worden opgenomen.(11) Die mogelijkheid heeft echter een belangrijk gevolg. Wie voor de periode van 1 januari tot en met 31 mei 2026 een bedrag equivalent aan de roerende voorheffing laat betalen, kan voor het volledige inkomstenjaar 2026 geen gebruik meer maken van de opt-out. De keuze kan dus gevolgen hebben die verder reiken dan de verrichtingen waarop zij rechtstreeks betrekking heeft.(12)

Voor Belgische levensverzekeringsproducten geldt tijdens de overgangsperiode voor meerwaarden die tot en met 31 augustus 2026 worden gerealiseerd in beginsel een wettelijk vermoeden van opt-out. Wie toch wenst dat de Belgische verzekeringsonderneming roerende voorheffing inhoudt, moet dit uitdrukkelijk en uiterlijk op het ogenblik van de vereffening van de overeenkomst verzoeken.(13)

Voor Belgische effectenrekeningen moet de opt-out voor inkomstenjaar 2026 uiterlijk op 31 augustus 2026 worden meegedeeld. In de praktijk kunnen financiële instellingen evenwel een eerdere interne deadline hanteren. Belastingplichtigen doen er daarom goed aan niet te wachten tot de wettelijke uiterste datum, maar tijdig na te gaan welke termijn hun bank of broker hanteert.(14)

De huidige situatie voor Belgische effectenrekeningen kunnen we dus als volgt samenvatten:

-Vanaf 1 juni 2026 is de standaardregel ‘opt-in’ en houdt uw Belgische bank de meerwaardebelasting automatisch in via bevrijdende bronheffing, tenzij u voor de opt-out gekozen heeft. In dat geval moet u de meerwaarden zelf aangeven in uw aangifte personenbelasting.
-Voor de overgangsperiode van 1 januari tot en met 31 mei 2026 is de standaardregel ‘opt-out’ en moet u in principe steeds zelf uw meerwaarden aangeven via uw aangifte personenbelasting. U kan echter aan uw bank(en) vragen om alsnog een bevrijdende bronheffing in te houden. De implementatie van de start van de inhouding via bronheffing en de deadlines voor de ‘opt-in’ en ‘opt-out’ keuzes verschillen per bank en vraagt u steeds best concreet bij uw bank(en) na.

Opt-out gaat gepaard met bijkomende rapportering

Wie voor een opt-out kiest, moet de betrokken meerwaarden zelf opnemen in zijn aangifte personenbelasting. Reeds daardoor beschikt de administratie over informatie over de gerealiseerde meerwaarden. De opt-out gaat evenwel nog een stap verder: de financiële tussenpersoon moet de administratie eveneens informeren over de toepassing van de opt-out en over de meerwaarden waarop die keuze betrekking heeft.(15) Het uitvoeringsbesluit werkt deze verplichting uit via een systeem van jaarlijkse fiches.

Voor iedere rekening waarvoor een opt-out geldt, moet de financiële tussenpersoon jaarlijks vóór 1 maart een fiche elektronisch indienen bij de administratie. Die fiche vermeldt onder meer het totale bedrag van de gerealiseerde meerwaarden, de identificatiegegevens van de titularis en het nummer van de betrokken rekening. Voor levensverzekeringsovereenkomsten geldt een gelijkaardige rapportering per rechthebbende.(16) In 2026 wordt slechts een fiche opgemaakt voor de belastbare meerwaarden die vanaf 1 juni 2026 worden gerealiseerd.(17)

De fiche creëert aldus een extern referentiepunt waarmee de in de aangifte opgenomen belastbare meerwaarde kan worden vergeleken. Dat kan de transparantie ten aanzien van de fiscale administratie verhogen en, bij afwijkingen, aanleiding geven tot bijkomende vragen of controles.

Afwijkingen hoeven geenszins op een fout te wijzen. De financiële instelling kan bijvoorbeeld geen rekening houden met minderwaarden die bij andere instellingen werden gerealiseerd, met de jaarlijkse vrijgestelde schijf of met een hogere historische aanschaffingswaarde die de belastingplichtige later bewijst. Zij kunnen wel aanleiding geven tot bijkomende vragen, zodat een belastingplichtige die voor opt-out kiest er goed aan doet een dossier bij te houden dat zulke verschillen helder verklaart.

To opt-out or not to opt-out?

Of een opt-out aangewezen is, hangt af van de concrete situatie van de belastingplichtige. Voor wie een beperkte en eenvoudige portefeuille heeft, alle beleggingen bij één Belgische financiële instelling aanhoudt en weinig of geen minderwaarden of bijzondere historische aanschaffingswaarden moet verwerken, kan de bronheffing een comfortabele oplossing zijn. De belasting wordt automatisch geregeld en de administratieve opvolging blijft beperkt.

Voor belastingplichtigen die bij verschillende banken of brokers beleggen, geregeld meer- en minderwaarden combineren, gebruik willen maken van de vrijgestelde schijf, een hogere historische aanschaffingswaarde willen aantonen of belangrijke verrichtingen realiseren, kan een opt-out daarentegen belangrijke voordelen bieden. Zij laat toe om van meet af aan met de volledige fiscale situatie rekening te houden en voorkomt dat belasting moet worden voorgefinancierd die uiteindelijk niet verschuldigd blijkt te zijn.

De keuze verdient dus een voorafgaande analyse. De opt-out is meer dan een administratieve formaliteit. Zij bepaalt immers niet alleen wanneer belasting wordt betaald, maar ook hoe de belastbare grondslag wordt vastgesteld, welke informatie bij de fiscale administratie terechtkomt en in welke mate de belastingplichtige zelf de regie over zijn fiscale afrekening behoudt.

Voetnoten:

1.Art. 261, eerste lid, 5° WIB 92; Parl.St. Kamer 2025-26, nr. 56-1244/001, 61-63.
2.Art. 261, eerste lid, 5° en art. 269, § 1, 5° WIB 1992; N. Van Robbroeck en M. Wuyts, “Nieuwe meerwaardebelasting: modaliteiten rond inning verduidelijkt”, Fiscoloog 2026, nr. 1930, 6.
3.Art. 262, § 2, 7° WIB 1992.
4.N. Van Robbroeck en M. Wuyts, o.c., 6.
5.Ibid.
6.Art. 123 en 178/3 KB/WIB 1992.
7.Art. 265/1 WIB 1992.
8.Art. 85/1, § 1 KB/WIB 1992.
9.Verslag aan de Koning bij het KB van 18 mei 2026 tot wijziging van het KB/WIB 92 met het oog op de invoering van een facultatieve bronheffing.
10.Art. 265/1, tweede lid WIB 1992; art. 85/1, § 1 KB/WIB 1992.
11.Art. 35, derde lid Wet van 6 april 2026; art. 85/1, § 3, eerste lid KB/WIB 1992.
12.Art. 85/1, § 3, tweede lid KB/WIB 1992.
13.Art. 34, derde lid Wet van 6 april 2026; art. 85/1, § 2 KB/WIB 1992.
14.Art. 34, eerste lid Wet van 6 april 2026; art. 85/1, § 1 KB/WIB 1992.
15.Art. 265/1, derde en vierde lid WIB 1992.
16.Art. 85/1 KB/WIB 1992.
17.Verslag aan de Koning bij het KB van 18 mei 2026.



Terug naar overzicht
Icon nieuwsberichten

Dit nieuwsbericht behoort tot een reeks.
Bekijk hieronder de andere berichten uit deze reeks.

Zoals ondertussen algemeen bekend, wordt een nieuwe meerwaardebelasting ingevoerd voor meerwaarden op financiële activa gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Nu deze wet vorige dinsdag 21 april 2026 officieel gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, zullen wij in een artikelenreeks de …

Lees meer

In het vorige artikel uit onze reeks over de nieuwe meerwaardebelasting gaven we een overzicht van de financiële activa die onder dit regime sorteren. Het loutere bezitten van een kwalificerend financieel actief is op zich evenwel niet belastbaar. Hiervoor moet een 'belastbare handeling' …

Lees meer

Eerdere artikels in deze reeks hebben verduidelijkt welke ‘financiële activa’ onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting wanneer zij het voorwerp uitmaken van een overdracht onder bezwarende titel, buiten de beroepswerkzaamheid en binnen het normaal beheer van een privévermogen. De wetgever voorz…

Lees meer

In onze reeks over de nieuwe meerwaardebelasting gingen we eerder in op het toepassingsgebied van het regime, de betrokken financiële activa en de vrijstellingsmechanismen die de wetgever heeft voorzien. In dit vierde artikel focussen we op de temporele werking van de nieuwe meerwaardebelasting. …

Lees meer

De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa roept niet alleen vragen op over wat precies belastbaar is, maar ook over wie de belasting uiteindelijk verschuldigd is. Hoewel het uitgangspunt op het eerste gezicht eenvoudig lijkt - namelijk dat de meerwaarde wordt belast in hoofde van de …

Lees meer

Uit de eerdere artikelen in deze reeks weten we reeds dat de meerwaardebelasting verschuldigd is wanneer financiële activa het voorwerp uitmaken van een (niet-vrijgestelde) overdracht ten bezwarende titel door een natuurlijk persoon vanaf 1 januari 2026. In voorkomend geval is het belangrijk om na …

Lees meer

Nu we in deze reeks reeds hebben uiteengezet welke handelingen en activa belastbaar zijn onder de nieuwe meerwaardebelasting, kunnen we dieper ingaan op de exacte belastingdruk die zij met zich meebrengt. In de media is het algemeen tarief van 10 % samen met de vrijstelling van 10.000 euro voor de…

Lees meer