Recent verscheen in het Tijdschrift Fiscaal Recht een diepgaande analyse door ons kantoor over de complexiteit van “verbonden vennootschappen”.
De bedoeling van het artikel was om onze vennootschapsrechtelijke expertise in te zetten voor de fiscale analyse van het begrip “verbonden vennootschappen” zoals verankerd in het WVV, een typisch corporate begrip, en zo fiscalisten en cijferberoepers concreet te ondersteunen in hun praktijk.
Recent verscheen in het Tijdschrift Fiscaal Recht een diepgaande analyse door ons kantoor over de complexiteit van “verbonden vennootschappen”.
De bedoeling van het artikel was om onze vennootschapsrechtelijke expertise in te zetten voor de fiscale analyse van het begrip “verbonden vennootschappen” zoals verankerd in het WVV, een typisch corporate begrip, en zo fiscalisten en cijferberoepers concreet te ondersteunen in hun praktijk.
In datzelfde kader staan we, vanuit onze gecombineerde vennootschapsrechtelijke en fiscale invalshoek, ook stil bij de fiscale gevolgen van deze verbondenheid, en in het bijzonder bij de vraag wanneer een vennootschap haar statuut van kleine vennootschap verliest ten gevolge van verbondenheid met andere vennootschappen. In de praktijk gebeurt dit vaak sneller dan men denkt, wat een verhoogde waakzaamheid voor de fiscale risico’s des te belangrijker maakt.
Vele fiscale gunstregimes, zoals de mogelijkheid tot het aanleggen van een liquidatiereserve of het uitgeven van VVPR-bis aandelen, zijn voorbehouden voor ‘kleine vennootschappen’. Om te bepalen of een vennootschap fiscaal als klein kwalificeert, moet worden nagegaan of zij verbonden is met andere vennootschappen. In dat geval worden de groottecriteria immers niet op individuele basis beoordeeld, maar op geconsolideerde of geaggregeerde basis, waarbij de cijfers van de betrokken vennootschappen samen in aanmerking worden genomen.
In de bijdrage lichten we daarom stapsgewijs de vennootschapsrechtelijke criteria voor verbondenheid toe. Wij staan onder meer stil bij:
- de centrale begrippen ‘controle’ en ‘consortium’ die bepalen of vennootschappen al dan niet verbonden zijn;
- de onweerlegbare en weerlegbare vermoedens die de wetgever hanteert om voormelde begrippen in te vullen; en
- de complexe interactie tussen de consolidatieplicht en het consistentiebeginsel bij wijzigingen in de vennootschapsstructuur tijdens het boekjaar.
We bespreken daarbij ook relevante rechtspraak, adviezen van de CBN en voorafgaande beslissingen die verduidelijken hoe de groottecriteria moeten worden beoordeeld.
Aan de hand van concrete, uit de praktijk gegrepen casussen illustreren we hoe ogenschijnlijk neutrale structuurkeuzes belangrijke fiscale gevolgen kunnen hebben. Een nauwgezette feitelijke analyse van de vennootschapsstructuur blijft daarbij onontbeerlijk om de draagwijdte van de verbondenheid correct in te schatten.
U leest het volledige artikel hier , of samen met de andere bijdragen in het meest recente nummer van het Tijdschrift Fiscaal Recht.
Heeft u concrete vragen of wenst u aan de hand van een concrete analyse van uw vennootschapsstructuur te bepalen of u aanspraak kan maken op een van de besproken fiscale gunstregimes, kunt u steeds bij ons terecht.