De inkoop van eigen aandelen, een deur opent op vennootschapsrechtelijk vlak maar sluit op fiscaalrechtelijk vlak.

De inkoop van eigen aandelen,  een deur opent op vennootschapsrechtelijk vlak maar sluit op fiscaalrechtelijk vlak.

Een inkoop van eigen aandelen houdt in dat een vennootschap aandelen die zij zelf heeft uitgegeven, aankoopt van een aandeelhouder en eventueel blijft aanhouden. De handeling is van oudsher onderworpen aan strenge voorwaarden, die strikt moeten worden nageleefd, op straffe van nietigheid van de inkoop. Voor coöperatieve vennootschappen is dergelijke inkoop zelfs uitdrukkelijk verboden.

Een inkoop van eigen aandelen houdt in dat een vennootschap aandelen die zij zelf heeft uitgegeven, aankoopt van een aandeelhouder en eventueel blijft aanhouden. De handeling is van oudsher onderworpen aan strenge voorwaarden, die strikt moeten worden nageleefd, op straffe van nietigheid van de inkoop. Voor coöperatieve vennootschappen is dergelijke inkoop zelfs uitdrukkelijk verboden.

Er bestaan verschillende beweegredenen om een inkoop van eigen aandelen te doen. Zo kan men de uitkoop van een aandeelhouder realiseren ten laste van de vennootschap, indien de medeaandeelhouders niet de financiële middelen hebben of deze niet willen aanwenden om de aandelen aan te kopen. Ook komt het in de praktijk voor dat vennootschappen eigen aandelen inkopen, om deze vervolgens aan te bieden aan het personeel. Daarnaast was het vroeger een interessant alternatief op de dividenduitkering vermits de roerende voorheffing verschuldigd op een inkoop van eigen aandelen toen maar 10% bedroeg, hetgeen thans is gewijzigd. Beursgenoteerde vennootschappen kunnen met een inkoop van eigen aandelen aan de markt de boodschap geven dat ze haar eigen aandelen ondergewaardeerd vindt en de aankoop ervan wil stimuleren.

Met de invoering van het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen op 23 maart 2019 (het “WVV”) wenste de wetgever het vennootschapsrecht attractiever en moderner te maken door verschillende regels te versoepelen. Zo ook op het niveau van de inkoop van eigen aandelen. De meest voor het oog springende wijziging is de afschaffing van de vennootschapsrechtelijke grens van twintig procent bij de inkoop van eigen aandelen, dit zowel voor de naamloze vennootschappen (de “NV”) als voor de besloten vennootschappen (de “BV”, vroegere “BVBA”). Tevens belangrijk voor de BV is dat zij thans kan verkiezen de ingekochte aandelen aan te houden en aldus niet meer verplicht is deze aandelen binnen de twee jaar te vernietigen of over te dragen.

De inkoop van eigen aandelen is aldus aantrekkelijker geworden. Althans op vennootschapsrechtelijk vlak, want vanuit het idee de neutraliteit van dit nieuw Wetboek op fiscaal vlak te waarborgen, voerde de wetgever op quasi hetzelfde moment terug een drempel van twintig procent in, doch ditmaal op een fiscaalrechtelijk vlak.

We bekijken hier verder of de invoering van deze fiscale drempel het succes van de inkoop van eigen aandelen dreigt te fnuiken.

Om binnen een NV of BV een inkoop van eigen aandelen te realiseren, moet er allereerst aan de volgende vennootschapsrechtelijke voorwaarden worden voldaan:

  1. De algemene vergadering van aandeelhouders beslist hierover voorafgaandelijk met de aanwezigheids- en meerderheidsvoorwaarden die gelden voor een statutenwijziging: aanwezigheid van ten minste de helft van de aandelen en meerderheid van vijfenzeventig procent van de stemmen (ook hier een versoepeling doorgevoerd door het WVV, waar vroeger de meerderheid hoger lag);
  2. Het bedrag aangewend voor de inkoop moet voor uitkering vatbaar zijn. Dit betekent dat voor de BV de nieuwe liquiditeits- en nettoactieftesten moeten worden voldaan. Voor de NV geldt de klassieke nettoactieftest;
  3. De inkoopverrichting mag uitsluitend betrekking hebben op aandelen die volledig volstort zijn;
  4. De gelijkheid tussen aandeelhouders moet principieel gewaarborgd blijven, tenzij alle aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd waren op de algemene vergadering en hiervan, bij eenparig besluit, hebben afgeweken; en
  5. Zolang de betreffende aandelen worden aangehouden, moet de vennootschap een onbeschikbare reserve aanleggen ten belope van het voor de uitkering aangewend bedrag.

De fiscaalrechtelijke behandeling van de inkoop van eigen aandelen loopt volgens de fictiebepaling vervat in artikel 186 WIB.

In eerste instantie wordt het bedrag van de verkrijgingsbonus bepaald, met name het verschil tussen de tegenwaarde (= prijs betaald aan de verkopende aandeelhouder voor de inkoop van de aandelen) en het eventueel gerevaloriseerde gestort kapitaal. Is er geen gestort kapitaal, dan komt de volledige tegenwaarde in aanmerking als verkrijgingsbonus.

Overeenkomstig artikel 188, eerste lid WIB wordt tot beloop van het gedeelte van het gestorte kapitaal dat door de verkregen eigen aandelen wordt vertegenwoordigd, fiscaalrechtelijk geacht een kapitaalvermindering te hebben plaatsgevonden op het ogenblik van de verkrijging van eigen aandelen.

Met betrekking tot de verkrijgingsbonus, moet voor de bepaling van het belastingsregime worden nagegaan of er zich al dan niet een vermogensverlies realiseert binnen de inkopende vennootschap:

  • indien er geen vermogensverlies optreedt, zal de verkrijgingsbonus blijvend als (eventueel vrijgestelde) meerwaarde op aandelen worden behandeld in hoofde van de overdragende aandeelhouder;
  • indien de verkrijgende vennootschap wel een vermogensverlies draagt, zal (een deel van) de verkrijgingsbonus gekwalificeerd worden als dividend en als dusdanig worden belast.

Volgens de wetgever is er sprake van vermogensverlies in de volgende vier limitatief opgesomde gevallen (artikel 186, tweede lid WIB):

  1. wanneer op de verkregen aandelen waardeverminderingen worden geboekt. Het dividend wordt dan begroot op het bedrag van de geboekte waardevermindering. Het mindere verschil tussen de verkrijgingsbonus en het bedrag van de waardevermindering blijft gekwalificeerd als meerwaarde op aandelen.
  2. wanneer de aandelen worden vervreemd met minderwaarde. Het dividend wordt dan begroot op het bedrag van de gerealiseerde minderwaarde (zijnde het mindere verschil tussen de verkoopprijs en de oorspronkelijke inkoopprijs). Het mindere verschil tussen de verkrijgingsbonus en het bedrag van de minderwaarde blijft gekwalificeerd als meerwaarde op aandelen.
  3. wanneer de aandelen worden vernietigd of van rechtswege nietig worden. Het dividend wordt hierbij geacht gelijk te zijn aan de volledige minderwaarde op deze aandelen. Anders gezegd het verschil tussen de inkoopprijs en het gedeelte van het gestorte kapitaal. Het dividend wordt in voorkomend geval evenwel verminderd met de reeds belaste waardeverminderingen.
  4. wanneer de verkrijgende vennootschap wordt ontbonden. Het dividend wordt dan geacht gelijk te zijn aan de volledige minderwaarde op deze aandelen.

Uit een letterlijke lezing van het artikel 186 WIB valt niet af te leiden in welk belastbaar tijdperk het vermogensverlies zich dient voor te doen om een kwalificatie als dividend te hebben. Ook de Raad van State haalde dit aan in haar advies met betrekking tot het wetsontwerp tot invoering van het zesde lid in artikel 186 WIB. De gevolmachtigde wetgever hield echter geen rekening met deze opmerking en stelde dat: “Dit ontwerp, enkel voorziet in de verzekering van de fiscale neutraliteit in vergelijking met de vigerende situatie”.

De circulaire van 14 maart 2017 biedt hierin wel enige houvast. Deze stelt dat: “Ingeval geen enkele van de vier situaties zoals bedoeld in artikel 186, tweede lid, WIB 92, zich tijdens het boekjaar heeft voorgedaan, het inkomen dat wordt ontvangen door de overdragende vennootschap, zal worden beschouwd als een verwezenlijkte meerwaarde op aandelen.” (eigen onderlijning). Hiermee wordt het boekjaar bedoeld van de vennootschap die haar eigen aandelen verkrijgt. Met deze circulaire wijzigde de fiscale administratie haar positie n.a.v. een arrest van het Hof van Beroep te Luik (Luik, 27/04/2016) die in die zin oordeelde in het voordeel van de belastingplichtige.

Een voorbeeld ter illustratie:

Een naamloze vennootschap werd opgericht met 100.000 EUR als kapitaal, dat wordt vertegenwoordigd door 100 aandelen. De fractiewaarde van een aandeel bedraagt dus 1.000 EUR. Van het kapitaal wordt de helft geacht fiscaal volstort te zijn. Daarnaast houdt de vennootschap een belaste reserve ten belope van 20.000 EUR aan.
In de hypothese waarbij de vennootschap 15 van haar eigen aandelen inkoopt aan 1.500 EUR elk, zal er sprake zijn van een verkrijgingsbonus van 15.000 EUR (1.000 EUR x 15).
Indien er binnen de verkrijgende vennootschap geen sprake is van vermogensverlies tijdens het jaar van de inkoop van de eigen aandelen, zal dit bedrag louter als meerwaarde op aandelen gekwalificeerd worden, en alzo worden belast dan wel vrijgesteld. Het aangewende gestort kapitaal (500 EUR x 15) zal het regime van een kapitaalvermindering ondergaan, overeenkomstig artikel 188, eerste lid WIB.
Is er echter wel sprake van een vermogensverlies in hetzelfde boekjaar, door bijvoorbeeld de vervreemding met minderwaarde van de aandelen door de inkopende vennootschap, dan wordt het dividend begroot op het mindere verschil tussen de verkoopprijs en de verkrijgingsprijs. We hernemen hiervoor het voorgaande voorbeeld: stel dat de inkopende vennootschap de 15 ingekochte aandelen in hetzelfde boekjaar alsnog vervreemdt voor 1.250 EUR.
De verkrijgingsprijs betrof 22.500 EUR. Er zal dus sprake zijn van een dividend ten belope van 3.750 EUR (22.500 - 18.750).

Met betrekking tot het gestort kapitaal wordt gewerkt overeenkomstig de pro-rata regeling gebruikt bij een kapitaalvermindering. Zoals vermeldt werd de helft van het kapitaal fiscaal volstort en houdt de vennootschap een belaste reserve van 20.000 EUR aan.

Dit geeft het volgende resultaat:
50.000
______________
50.000 + 20.000

Hieruit volgt dat 71,43 % van het aangewend gestort kapitaal (7.500 EUR) vrijgesteld zal worden. Met andere woorden de roerende voorheffing is verschuldigd op een totaal bedrag van 5.892,755 EUR (3.750 EUR + 2.142,75 EUR).

Sinds 17 maart 2019 werd aan voormeld artikel 186 WIB een zesde lid toegevoegd dat stelt dat: “In de mate dat de verkrijging [van eigen aandelen] tot gevolg heeft dat de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven eigen aandelen in portefeuille houdt die meer dan 20 pct. van haar kapitaal vertegenwoordigen, worden de nieuw verworven aandelen geacht te zijn vernietigd in de zin van het tweede lid, 3°”.

De invoeging van dit zesde lid in artikel 186 WIB heeft tot gevolg dat de verkrijgingsbonus die betrekking heeft op de overtollige ingekochte aandelen (aldus de aandelen die de fiscale verkrijgingsgrens van 20% te boven gaan) onmiddellijk als dividenduitkering wordt verwerkt bij de inkoop van de aandelen, zonder te moeten in acht nemen of er al dan niet een vermogensverlies wordt gerealiseerd.

Uit een letterlijke lezing van het betreffend zesde lid van artikel 186 WIB valt echter niet uit te sluiten dat de fiscale administratie de verkrijgingsbonus op alle ingekochte aandelen zou pogen te kwalificeren als dividenduitkering. Het artikel vermeldt immers niet dat deze kwalificatie slechts geldt voor de aandelen die de drempel overschrijden (“(...) worden de nieuw verworven aandelen geacht te zijn vernietigd (...)”). Toch blijft het o.i. verdedigbaar dat de kwalificatie enkel geldt voor de overtollige ingekochte aandelen. De memorie van toelichting bij de wet van 17 maart 2019 die het zesde lid invoegt in artikel 186 WIB, stelt immers uitdrukkelijk dat de invoering van artikel 186, zesde lid WIB voor ogen had de neutraliteit van het WVV op fiscaal vlak te waarborgen, en niet om substantiële wijzigingen door te voeren aan deze fiscale bepalingen. Bovendien wordt in de memorie zelf een voorbeeld aangehaald waaruit voortvloeit dat louter de excessieve verworven aandelen “fiscaal geacht te zijn vernietigd vanaf de verwerving”. Het lijkt ons dan ook de bedoeling van de wetgever dat enkel het gedeelte van de verkrijgingsbonus dat betrekking heeft op de excessieve aandelen automatisch als dividenduitkering gekwalificeerd wordt.

Een voorbeeld ter illustratie:
We hernemen ons voorbeeld van de naamloze vennootschap die werd opgericht met 100.000 EUR als kapitaal, dat wordt vertegenwoordigd door 100 aandelen. De fractiewaarde van een aandeel bedraagt dus 1.000 EUR. Van het kapitaal wordt de helft geacht fiscaal volstort te zijn. Daarnaast houdt de vennootschap een belaste reserve ten belope van 20.000 EUR aan.
In de hypothese waar de vennootschap 25 eigen aandelen inkoopt aan 1.500 EUR elk, heeft de vennootschap 5 aandelen meer dan de fiscaalrechtelijke drempel, ingekocht. Hierdoor zal, in principe, een bedrag gelijk 5.000 EUR onmiddellijk als dividend worden gekwalificeerd, zijnde het verschil tussen de verkrijgingsprijs en het gedeelte van het gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen. Het resterende bedrag van 20.000 EUR wordt beschouwd als een loutere meerwaarde op aandelen.
Het aangewende fiscaal gestort kapitaal (500 EUR x 25 aandelen) zal het fiscaal regime volgen van een kapitaalvermindering, dit geeft het volgende resultaat:
50.000
_______________________
50.000 + 20.000

Hieruit volgt dat 71,43 % van het aangewend gestort kapitaal vrijgesteld zal worden. Met andere woorden de roerende voorheffing zal verschuldigd zijn op een totaalbedrag van 8.571,25 EUR (5.000 EUR + 3.571,25 EUR).

De herkwalificatie als dividend heeft in eerste instantie tot gevolg dat de inkopende vennootschap onmiddellijk bij de inkoop van de eigen aandelen de roerende voorheffing zal moeten inhouden en doorstorten ingevolge artikel 269, eerste lid 1° WIB. Er is immers een gelijkschakeling tussen het moment van de inkoop van de eigen aandelen en de betaalbaarstelling of toekenning van een roerende inkomen. Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat de inkoop van eigen aandelen uitdrukkelijk uitgesloten wordt van de VVPR-bis regeling vervat in artikel 269, §2 WIB, de systematiek van de liquidatiereserve blijft echter wel van kracht.

De praktijk zal door de invoering van artikel 186, zesde lid waarschijnlijk dus weinig veranderen, ondanks de afschaffing van de vennootschapsrechtelijke grens van 20%. Het fiscaal regime voor ingekochte aandelen die meer dan 20% vertegenwoordigen van het kapitaal is penaliserend voor de verkopende aandeelhouder die niet kan genieten van hetzelfde regime als voor de aandelen onder deze grens.

Wenst u op de hoogte te blijven? Volg Cazimir op LinkedIn!



Terug naar overzicht
Icon nieuwsberichten

Dit nieuwsbericht behoort tot een reeks.
Bekijk hieronder de andere berichten uit deze reeks.

Parlement keurt het nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen goed!

Tijdens de plenaire vergadering van 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) goedgekeurd. De Kamer heeft zopas het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) goedgekeurd. Dit nieuw wetboek vervangt het bestaande…

Lees meer

Mis de opportuniteiten van het WVV niet

Hopelijk staat 1 januari 2020 reeds aangeduid in uw agenda: het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) wordt dan algemeen van toepassing op alle vennootschappen en verenigingen, ook deze opgericht voor 1 mei 2019. U heeft die misschien in het rood dan wel in het groen omcirkeld. Er…

Lees meer

Zal u interimdividenden kunnen uitkeren?

Een interimdividend is een winstuitkering waarvan de uitkering en waarde worden beslist door het bestuursorgaan van de vennootschap en niet door de aandeelhouders zoals alle andere winstuitkeringen. Onder ons oud Wetboek konden alleen NV’s (en CommVA’s) een interimdividend uitkeren en dit slechts ged…

Lees meer

​Controleer uw raad van bestuur, misschien is die niet meer geldig samengesteld !

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) biedt opportuniteiten, maar legt ook enkele nieuwe verplichtingen op. Zoals reeds gemeld worden deze verplichtingen van toepassing vanaf 1 januari 2020 op alle vennootschappen, zelfs indien uw statuten nog niet zijn aangepast aan de nie…

Lees meer

​U kan het alleen!

Vorige week haalden wij aan dat het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) thans toelaat dat een naamloze vennootschap (“NV”), naar analogie met de vroegere besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (“BVBA”) en de huidige besloten vennootschappen (“BV”), wordt bestuurd door e…

Lees meer

Het WVV versneld toepassen ? Het kan nu nog sneller!

U weet ondertussen dat het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) onmiddellijk van toepassing is op “nieuwe” vennootschappen, zijnde vennootschappen opgericht vanaf 1 mei 2019. “Oude” vennootschappen die reeds bestonden op 1 mei 2019 kregen nog respijt tot 1 januari 2020. Een “oude” venn…

Lees meer

U stemt niet langer voor uw eigen (tegenstrijdig) belang.

Elke bestuurder heeft wel eens een belang dat tegenstrijdig is aan de belangen van de rechtspersoon die hij/zij bestuurt. Een voordehandliggend voorbeeld: de bestuurder verhuurt zelf een kantoor aan de (management)vennootschap waarvan hij/zij ook bestuurder is. Hij is dus tegelijk huurder en…

Lees meer

De CV onder het nieuw WVV

De minister is duidelijk. De ‘CV’ komt onder het nieuw WVV niet meer in aanmerking voor de uitoefening van een vrij beroep. Er heerst voor vrije beroepen die hun samenwerking hebben georganiseerd via een CVBA heel wat onduidelijkheid over het voortbestaan van deze vennootschapsvorm onder het nie…

Lees meer

Tijd om uw aandelenregister van onder het stof te halen!

U heeft hoogstwaarschijnlijk al vernomen dat met de intrede van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) de mogelijkheden tot het moduleren van overdrachten van aandelen bijna onbeperkt zijn geworden. Vooral in de BV is de ommekeer ten opzichte van de oude BVBA drastisch. In de NV, waa…

Lees meer

Schriftelijke besluitvorming versoepeld voor bestuursorganen

Onder het oude Wetboek van Vennootschappen was schriftelijke besluitvorming voor bestuursorganen niet evident: het was ofwel niet toegelaten, ofwel slechts toegelaten onder strenge voorwaarden. Bijvoorbeeld kon een raad van bestuur in de naamloze vennootschap slechts in uitzonderlijke gevallen…

Lees meer

Bestuurders, verkijk u niet op de beperking van aansprakelijkheid!

Eén van de nieuwigheden van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) is de invoering van een cijfermatige beperking van de aansprakelijkheid van bestuurders. Het WVV innoveert door een absolute aansprakelijkheidsbeperking te voorzien, zonder koppeling aan de omvang van de schade en onge…

Lees meer

Heeft de CEO thans meer bevoegdheden?

Het is gebruikelijk dat in naamloze vennootschappen het dagelijks bestuur van de vennootschap wordt toevertrouwd aan welbepaalde personen, die de titel van “gedelegeerd bestuurder”, “dagelijks bestuurder”, “CEO” etc. gebruiken. De impact hiervan is niet gering, aangezien deze personen niet enkel de vennoots…

Lees meer

Fnuikt de liquiditeitstest het succes van de BV?

Recentelijk vernamen wij dat sommige adviseurs hun cliënten aanbevelen te kiezen voor de naamloze vennootschap (“NV”), en niet voor de besloten vennootschap (“BV”), zodra bij oprichting voldoende kapitaal voorzien is om een NV op te richten. Nochtans werd de BV door onze wetgever naar voor geschove…

Lees meer

Geen ontkomen meer aan het WVV!

Het is zover: sinds 1 januari 2020 is het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) algemeen van toepassing op alle vennootschappen en verenigingen, ook deze opgericht voor 1 mei 2019, en dit zelfs indien hun statuten nog niet werden aangepast aan het WVV. Het oude Wetboek van Ven…

Lees meer

Het WVV: U heeft als bestuurder eveneens een arbeidsovereenkomst afgesloten met de vennootschap. Wat nu?

Het nieuw vennootschapsrecht stelt dat een bestuurder in zijn hoedanigheid van bestuurder niet via een arbeidsovereenkomst met de vennootschap verbonden mag zijn. Een bestuurder kan zijn mandaat met andere woorden enkel als zelfstandige uitoefenen. Deze bepaling wordt zowel voor de BV, CV als NV…

Lees meer

Opgelet voor zogenaamde “bestuurders op papier”: ook zij lopen risico op aansprakelijkheid !

In de praktijk komt het voor dat familieleden of kennissen als bestuurder worden opgenomen in raden van bestuur, louter om aan het wettelijke minimum aantal bestuurders te voldoen. De facto oefenen deze bestuurders het bestuur niet uit. Het opnemen van een dergelijk bestuursmandaat “op papier” hou…

Lees meer

Het eenhoofdig worden van vennootschappen onder het WVV: voor de BV en de NV nog steeds neerleggings- en publicatieplicht

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”) heeft de eenhoofdigheid volledig gefaciliteerd voor besloten vennootschappen (“bv”) en naamloze vennootschappen (“nv”). Onder het gewijzigde vennootschapsrecht kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon de enige aandeelhouder zijn van ee…

Lees meer

Vrijheid van taalkeuze in rechtspersonen, ongemerkt verder beperkt?

De steeds groeiende tendens van globalisering van onze economie leidt tot internationalisatie van onze vennootschappen, waarvan de organen steeds meer internationaal samengesteld zijn. De voertaal in menige raden van bestuur is geëvolueerd naar het Engels. De roep om versoepeling van de …

Lees meer

Interimdividenden en tussentijdse dividenden van VVPR-bis aandelen: hoe genieten van de verlaagde roerende voorheffing??

Op 23 april 2021 werd circulaire 2021/C/36 gepubliceerd, waarin de toepassing van de verlaagde roerende voorheffing op interimdividenden of tussentijdse dividenden van ‘VVPR-bis’ aandelen werd verduidelijkt. Dividenden verleend of toegekend ‘uit de winstverdeling van het derde boekjaar’ en volgende na dat …

Lees meer
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info